Deel 3: Groei, Reproductie en Evolutie - Plantenreproductie


Zoals eerder benoemd, reproduceren planten zich via twee mechanismen: seksuele en aseksuele voortplanting. Weinig planten gebruiken uitsluitend één soort voortplanting. In plaats daarvan gebruiken de meeste planten een combinatie van beide methoden op basis van de tijd van het jaar en de omgevingsomstandigheden. Elke methode heeft zijn eigen voor- en nadelen.

2x3-sexual-reproduction-de-en-web.png

Geslachtelijke voortplanting

Seksuele voortplanting gebeurt met bloemen, waarin de voortplantingsorganen van de plant zich bevinden en die verantwoordelijk zijn voor het maken van de nodige cellen en structuren voor nieuwe nakomelingen. Volwassen planten produceren zowel mannelijke als vrouwelijke gameten (voortplantingscellen). Mannelijke gameten worden sperma genoemd en vrouwelijke gameten worden eitjes genoemd. Om een nieuwe plant te produceren, moeten een eicel en sperma zich combineren in een proces dat bevruchting wordt genoemd. Geslachtscellen kunnen door vele mechanismen binnen dezelfde plant of naar verschillende planten worden overgebracht. Bestuiving is een methode die gebruik maakt van insecten, water of wind om stuifmeelkorrels (een groep gametencellen) over te brengen. Wanneer een mannelijke en een vrouwelijke gameet samenkomen, vormen ze een tweecellig organisme dat een diploïde wordt genoemd. Onder gunstige omstandigheden vermenigvuldigt deze nieuwe cel zich, verdeelt zich en vormt uiteindelijk een zaadje. Seksuele voortplanting is voordelig omdat het genetische variatie mogelijk maakt, maar nadelig omdat het de plant veel tijd, energie en middelen kost. Het vermindert ook de kans dat er een nieuwe plant wordt geproduceerd, omdat zoveel externe factoren (herbivoren, omgevingsfactoren, afstand tussen planten, etc.) het verloop van de voortplanting kunnen beïnvloeden.

2x3-asexual-reproduction-de-en-web.png

Ongeslachtelijke voortplanting

Een andere manier waarop planten zich kunnen voortplanten is door middel van ongeslachtelijke voortplanting, waarbij slechts één ouder betrokken is. De cellen van de ouders delen en produceren nakomelingen die genetisch identiek zijn aan zichzelf. Eigenlijk zijn de nakomelingen ‘klonen’ van de ouder. Er zijn veel verschillende soorten ongeslachtelijke voortplanting. Zo zijn ‘scheuten’ bijvoorbeeld planten die uit de wortels van de moederplant komen. Andere planten zijn in staat om een nieuwe plant te produceren wanneer hun bladeren de grond raken. Ongeslachtelijke voortplanting heeft vele voordelen, waaronder een snelle en gemakkelijke voortplanting, zelfs in barre klimaten waar seksuele voortplanting niet altijd mogelijk is. Ongeslachtelijke voortplanting is nadelig, omdat het niet mogelijk is om zich genetisch aan te passen of te evolueren in reactie op het milieu.

Selecteer uw continent

Selecteer uw regio

Selecteer uw locatie

Selecteer uw taal